Onderwijskundig Beleid

Streefbeelden

  1. Op onze school wordt opbrengstgericht gewerkt
  2. Op onze school sluit het taal- en rekenonderwijs aan bij de referentiekaders voor taal en rekenen
  3. Alle medewerkers werken op een professionele manier samen aan hun persoonlijke ontwikkeling gerelateerd aan de schoolontwikkeling
  4. Op onze school speelt intervisie een belangrijke rol
  5. Op onze school is sprake van een ononderbroken ontwikkelingslijn voor alle leerlingen.
  6. Op onze school wordt veel aandacht geschonken aan de sociaal-emotionele ontwikkeling.
  7. Het leerstofaanbod op onze school komt tegemoet aan de relevante verschillen tussen leerlingen.

Missiebeleid

Beleid om de missie levend te houden:

  1. Missie, slogan en kernwaarden komen 1 x per jaar aan bod in een teamvergadering
  2. Missie en visie zullen zijn te vinden op onze website
  3. Missie en visie zijn opgenomen in de schoolgids

Levensbeschouwelijke identiteit

Onze geloofsovertuiging bepaalt in belangrijke mate onze omgang met de kinderen. Daarom worden er op onze school bijbelverhalen verteld en worden er geestelijke liederen gezongen. Net zo belangrijk als de “leerstellige” kant, vinden we echter de praktische uitwerking van onze overtuiging. Daarmee bedoelen we de omgang met elkaar en met de kinderen en natuurlijk ook de omgang van de kinderen onderling. We proberen de kinderen respect voor elkaar bij te brengen, ongeacht wat de geloofsovertuiging van een ander is. Hier ligt dan ook een duidelijke relatie met burgerschap en integratie. Door kinderen kennis te laten nemen van de verschillende geestelijke stromingen die er in ons land zijn, proberen we begrip en respect aan te brengen voor “andersdenkenden”. We denken dat dit van groot belang is voor het goed functioneren van onze huidige pluriforme samenleving.

Leren

We proberen de kinderen te stimuleren tot het leveren van maximale prestaties. We zijn er echter tegelijkertijd van overtuigd dat niet ieder kind dezelfde prestaties kan leveren. Toch vinden we dat we de kinderen alleen maar “recht” doen als we hen stimuleren te streven naar het maximaal haalbare, als het om leerprestaties gaat.

Die stimulans mag echter niet “verworden” tot “pressen”. Het kind moet zich ook in dit facet van het schoolleven veilig, gerespecteerd en gewaardeerd voelen. Het moet dus altijd zijn: stimuleren om naar vermogen te presteren.

Lesgeven (pedagogisch-didactisch handelen)

Het lesgeven is de kern van ons werk. We onderscheiden pedagogisch en didactisch handelen, hoewel beide facetten van ons werk feitelijk onscheidbaar zijn. Van belang daarbij is: oog hebben voor het individu, een open houding, wederzijds respect en een goede relatie waarin het kind zich gekend weet. Belangrijke pedagogische noties zijn: zelfstandigheid, eigen verantwoordelijkheid, reflecterend vermogen en samenwerking. Gelet op de didactiek vinden we de volgende zaken van groot belang:

  • interactief lesgeven; de leerlingen betrekken bij het onderwijs
  • onderwijs op maat geven: differentiatie
  • gevarieerde werkvormen hanteren (variatie = motiverend)
  • een kwaliteitsvolle instructie op maat verzorgen
  • kinderen zelfstandig (samen) laten werken

Adaptief Onderwijs

We streven ernaar adaptief onderwijs te geven. We vinden met name de kernwoorden relatie, autonomie en competentie daarbij van belang. We hechten aan een goede relatie met de leerlingen, vinden zelfstandigheid belangrijk en richten ons op wat het kind kan om daarbij aan te sluiten. Met betrekking tot adaptief onderwijs hebben we de volgende keuzes gemaakt:

  • wij gaan uit van verschillen, maar we vinden het onze taak om -uitzonderingen daargelaten- de verschillen te verkleinen
  • onze zorgstructuur richt zich op de zorgleerlingen (Lln. die IV- en V-scores halen bij het LVS)
  • we bieden alle leerlingen -enkele uitzonderingen daargelaten- basisstof aan, en daarbij herhalings- en verrijkingsstof (BHV-model)
  • als eenheid van denken hanteren wij de groep
  • tijdens de instructie en de verwerking is er sprake van differentiatie, zowel naar inhoud als naar tempo

Zorg

De school besteedt veel aandacht aan de leerlingenzorg. Om goed zicht te krijgen op zorgleerlingen gebruikt de school methodegebonden toetsen, CITO-toetsen en AVI-toetsen.

De Citoscores zijn indicatief: ook aan andere aspecten van het kind besteden we aandacht. Zo is er een leerlingvolgsysteem op het gebied van de sociaal-emotionele ontwikkeling. De zorg richt zich op het verbeteren van de leer- en sociale prestaties. Vooral lezen en spellen krijgen veel aandacht. Kinderen met een IV-score of lager worden door de leerkracht met de IB-er besproken. Voor deze leerlingen wordt een handelingsplan opgesteld. Hierbij is sprake van adaptiviteit: instructie, tempo en verwerking worden aangepast aan wat het kind nodig heeft.

Bij hoogbegaafde leerlingen wordt per kind, in samenspraak met de IB-er besproken welk onderwijsaanbod het beste past bij dit kind.

Beroepshouding

Het is voor de kwaliteit van de school van belang, dat de werknemers niet alleen beschikken over lesgevende capaciteiten. Op De Brug wordt veel waarde gehecht aan de professionele instelling van de werknemers, aan een juiste beroepshouding. Daarbij gaat het erom, dat alle werknemers:

  • handelen overeenkomstig de missie en de visie van de school
  • zich collegiaal opstellen
  • zich medeverantwoordelijk voelen voor de school, de leerlingen en elkaar
  • met anderen kunnen en willen samenwerken
  • hun werk met anderen bespreken
  • zich adequaat voorbereiden op vergaderingen en bijeenkomsten
  • genomen besluiten loyaal uitvoeren
  • zichzelf en het klaslokaal openstellen voor anderen
  • aanspreekbaar zijn op resultaten en op het nakomen van afspraken
  • gemotiveerd zijn om zichzelf te ontwikkelen
  • anderen kunnen en willen begeleiden of helpen
  • beschikken over reflectieve vaardigheden
  • planmatig werken
  • bereid zijn om een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van de school

Leiderschap

Onze school wordt geleid door de directeur die daarbij ondersteund wordt door het managementteam. Het MT bestaat uit de directeur en twee afgevaardigden uit het team (OB en BB). Kernwoorden bij het leiding geven zijn: organiseren, faciliteren en ontwikkelen. Het is van belang, dat alles op rolletjes loopt, dat de leraren voldoende tijd en middelen hebben om hun werk goed te doen, en dat de medewerkers zichzelf verbeteren. Leiden zien we dan ook als (laten) op-leiden: het MT is primair verantwoordelijk voor de opleiding van de medewerkers. Het MT bereidt beleid voor, dat wordt voorgelegd aan het team. Om draagvlak te cre?en is het van belang dat het team meedenkt en meepraat over het beleid van de school. Wel is het zo, dat het MT, gehoord hebbende het team, zelfstandig besluiten kan nemen. Dit kan gebeuren op basis van een stemming. Het MT bereidt samen de teamvergaderingen voor.

Onderwijskundig concept

Onze school heeft een aantal principes vastgesteld voor kwalitatief goed onderwijs. Ten aanzien van ons onderwijs zoeken we naar een goede balans tussen de aandacht voor de cognitieve en de sociaal/emotionele ontwikkeling van de kinderen. Van belang zijn de volgende aspecten:

  • Motiveren voor de leertaak: daar waar relevant aansluiten bij de leef- en belevingswereld van de leerlingen
  • Dialogisch onderwijzen: leerlingen laten meedenken en meedoen (interactie)
  • Zorgen voor afwisselende werkvormen (variatie)
  • Stimuleren van eigen initiatief en creativiteit: leerlingen (geleid) zelf zaken laten ontdekken
  • Begeleiding van de zelfstandigheid en de motivatie: zelf kiezen binnen duidelijk afgebakende grenzen, zelf sturen gekoppeld aan taakbewustheid.
  • Een plezierig pedagogisch klimaat waarin kernwoorden als regels, acceptatie, respect, discipline, stimuleren en uitdagen van belang zijn.

We streven ernaar om het onderwijs zo effectief mogelijk te laten verlopen. Kernpunten zijn:

  • De leertijd wordt effectief besteed
  • Het leren van de leerlingen staat centraal
  • De leerkrachten hebben hoge verwachtingen van de leerlingen en laten dat merken
  • Leerlingen die dat nodig hebben krijgen extra aandacht
  • Er wordt gewerkt met het BHV-model (basisstof, herhalingsstof, verrijkingsstof)
  • Leerkrachten zorgen voor een ordelijk en gestructureerd klimaat dat geschikt is voor leren en onderwijzen
  • De vooruitgang van de leerlingen wordt systematisch ge?alueerd (Methode-gebonden toetsen, CITO-LVS, KIJK en SCOL)
  • De communicatie (interactie) tussen de leerkracht en de leerlingen en de leerlingen onderling verloopt geordend
  • Het belang van de (bege)leidende en sturende rol van de leerkracht wordt onderkend.